Mijn man mag haar niet zo. Ze stond tien jaar geleden ineens op onze stoep. Natuurlijk deed ik open. Niet wetende wat ik nu weet.
Mijn oudste vriendinnen dateren al van de middelbare school. Onlangs overleed een van onze moeders. Een verdrietig maar dierbaar moment. We kennen elkaars meisjeskamer, zusjes, broertjes. Net als de eigenaardigheden van vriendjes, echtgenoten en exen. ‘Nieuwe’ vriendinnen maakte ik tijdens mijn studie; later op het schoolplein, langs de lijn of in de buurt. Bij elke verhuizing, verhuisden mijn besties mee. Haar nam ik vanuit Lochem mee.
We doen wat vriendinnen doen. Gesprekken over lief en leed. Over de zin van het leven. Over rouw. Over mannen, kinderen, collega’s. We eten, drinken, lachen en vergeten. Doen koffietjes, wijn en weekendjes. Film. Museum. Theater. Leesclubje. ’s Ochtends vroeg golfen. Samen op zeilcursus. Allemaal leuk. Met een liep ik een stuk van de Camino. De herinneringen maken me nog altijd intens gelukkig.
Maar zij… Vraagt niet of ze mag binnenkomen; stapt gewoon de drempel over. Dringt zich op. Ploft naast me op de bank. Wurmt zich ongegeneerd tussen ons in bed. Vertrekt niet uit zichzelf. Ook niet als ik moet werken, druk ben, stress heb…
Voor elke vriendin is er bewondering. Hoe verschillend ze ook zijn. Stuk voor stuk hebben ze iets wat ik mooi vind, waar ik van kan leren… Soms zijn ze avontuurlijker, wijzer of grappiger dan ik. Anderen zijn sterker, creatiever of leven luchtiger. Wat ze gemeenschappelijk hebben? Dat ze mijn leven meer zin en meer kleur geven.
Naast haar verlies ik juist kleur. Splitten is haar middle-name. Ze wakkert negatieve gevoelens aan. Maakt me onzeker, verdrietig, soms ook down. Zo klaar met haar. Bij het uitzwaaien hoop ik telkens dat het de laatste keer is. Maar steeds opnieuw staat die voet – na een paar weken – weer tussen de deur. Altijd onverwacht. Onwetend hoe lang ze nu weer blijft. Haar naam? De overgang. Wat een bitch!
