Eénkleurigen

In het museum waar ik werk zijn we druk met de voorbereidingen voor de volgende tentoonstelling (05). In de hoekzaal komen een aantal monochromes van de Noorse kunstenaar Thomas Pihl (1964). Terwijl ik de tekst over zijn werk redigeer, ontkom ik niet aan die ene, recalcitrante associatie: ‘Dat kan mijn kleine zusje ook.’

En dat is weer de titel van een interessant boek van Will Gompertz over waarom moderne kunst, kunst is. Maar goed. Terug naar Pihl. Zeker weten dat er mensen zijn die denken: ‘Dat kan ik ook’. Collega’s weten beter. Deze Noor doet iets dat ooit not done was en dat doet hij verdomd goed. Eén kleur. Geen verfstreken. Wel diepte. Het resultaat? Dat je het doek wordt ingezogen. Bij sommigen ontaardt het zelfs in een religieuze ervaring. Dat gaat wat ver maar dat is wel wat monochromes doen: discussie oproepen.

Zoals alles in de kunstgeschiedenis gebeurt niets van de een op de andere dag. Alle stromingen hebben een aanloopje nodig. Kunstenaars moeten steeds kiezen: iets maken wat er al is, maar dan beter. Of: zich afzetten en iets radicaals anders doen. Dat laatste moet dan wel in één keer goed. Zoals Marcel Duchamp in 1917 met zijn Fountain; Zoals Yves Klein met een heel eigen kleur voor zijn monochromes; zoals de Nul-beweging die kwast en doek in de ban deed.

Marcel Duchamp | Fountain | 1917
Yves Klein | IKB | 1957
Jan Schoonhoven | Kwadratenreliëf | 1967

Onlangs was ik in Parijs. Daar ontkom je niet aan de impressionisten. Wat ik niet wist, was dat juist daar een kiem ligt voor de monochromes van zo’n 20 jaar later. Want als – de anders zo kleurrijke – Monet het gevoel van ‘sneeuw en ochtendmist’ in zijn woonplaats Giverny wil overbrengen, wordt zijn werk opeens een stuk monotoner.

Twee jaar voor de readymade van Duchamp kwam Kasimir Malevich met het doek dat officieel als eerste monochrome de geschiedenis in zou gaan: Carré Noir sur fond Blanc. Een zwart vierkant op een witte achtergrond. Het werk stelt letterlijk én figuurlijk niets voor en heeft geen relatie met zijn persoonlijkheid. Maar het bevrijdt Malevich van de beklemmende Russische kunstregels die rond 1900 gelden. Waar Monet nog een waarneming wilde delen laat Malevich alle conventies achter zich.  

Monet | Effet de neige à Giverny | 1893
Malévitch Kasimir | Carré Noir sur fond Blanc | 1915

Zo’n 40 jaar later komt Yves Klein – geïnspireerd door de ZERO-beweging – met zijn monochromes. Hij drukt zijn gevoelens over ‘leegte’ uit in grote, abstracte, schilderijen die na een tijdje nog maar een kleur hebben: het beschermde International Klein Blue (IKB). De nouveau realist bedacht nog een ander blauw kunstje: hij nodigde naakte modellen uit om zichzelf met de blauwe verf te overgieten. Vervolgens liet hij ze – druipend van de verf – naar een bord lopen om hun lichaam tegenaan te drukken. Wat volgens Will Gompertz overbleef was het midden tussen een prehistorische grottekening en een slaapkamermuur van een overijverige kunststudent.

Yves Klein | Untitled Anthropometry | 1960

In datzelfde jaar reageert de Nederlandse kunstenaar Daan van Golden met een eigenzinnige variant. Kijken we naar een wit monochrome of naar een blauw schilderij? Creëert hij iets nieuws of laat hij ons anders kijken naar wat er al was? Als dat naar meer Daan van Golden smaakt, kun je tot 14|09|25 terecht in het Stedelijk Museum Schiedam.

Daan van Golden | White Painting | 1960
Thomas Pihl | Untitled #1 |

En straks dus Thomas Pihl in Museum EICAS. Vanaf 24|06|25 tot 19|10|25. Eigentijds. Kleurrijk en geïnspireerd door het straatbeeld in zijn woonplaats New York. Laag voor laag opgebouwd. Gegoten in plaats van geverfd. Met afmetingen zo groot als hij fysiek aankan. Ik heb er zin in!

Thomas Pihl wordt vertegenwoordigd door Chabot Fine Art in Den Haag. De overzichtsfoto is afkomstig van hun site.